Artikelen

Tekst door: Janno Lanjouw en Fotografie door: Maartje Strijbis

0 Vind-ik-leuks

Wie Amsterdam voedt: #1: Arwin Bos, De Aardappelboer:

“De Haarlemmermeer kan de groentetuin van de stad zijn.”

Als antwoord op de grillen van de wereldmarkt werken steeds meer boeren, tuinders, worstenmakers, broodbakkers, winkeliers en chefs in korte ketens: directe handel met zo weinig mogelijk tussenschakels. Vaak is dat lokaal, en met een betere connectie tussen de maker en de eter van het voedsel. In de rubriek Wie Amsterdam voedt – in samenwerking met de Rabobank tot stand gekomen – maak je kennis met de mensen achter je eten. En met hun ideeën voor een duurzamer regionaal voedselsysteem.               
                                    
In deze eerste aflevering spreken we aardappelboer Arwin Bos. Hij teelt met zijn vrouw Carola bijzondere aardappelrassen in de Haarlemmermeer.


Op deze regenachtige novemberochtend ligt de akker zwaar en nat in de polder. Een kaarsrechte weg maakt een bocht van negentig graden. Een rij dunne, hoge bomen trekt perspectieflijnen naar de horizon. Typisch Haarlemmermeer. Zo is het al ruim anderhalve eeuw.

Alleen heeft de tijd hier zeker niet stilgestaan: het zicht op de ene horizon wordt je ontnomen door het talud van de immer voortrazende A9. Aan de andere kant rukt de bebouwing op. En dan giert er op enkele tientallen meters een opstijgend vliegtuig over. Niet bepaald het klassieke beeld van het platteland.

Arwin Bos op zijn land. Links is bedekt met bladrammenas, een plant die goed is voor de bodem. Rechts is vers gerooid. Op de achtergrond nieuwbouw van het dorpje Zwanenburg.
 

“Ja, we liggen nogal ingeklemd,” zegt Arwin Bos monter. “Wij zijn een van de weinige boeren die binnen een half uur fietsen zowel in het centrum van Amsterdam als van Haarlem kunnen staan.” Serieuzer: “Maar het platteland is ook geen museum, hé. Daar moeten we echt van af, van dat Ot en Sien beeld van de boerenstand dat met name in de stad bestaat.”

Het zet de toon voor het gesprek. Arwin Bos is een ondernemer en een realist. Valse romantiek is aan hem niet besteed. 

Jij correspondeert ook niet met het klassieke beeld van een boer. Je carrière niet in ieder geval.
“De advocaat die boer werd, ja… Ik ben opgegroeid op de boerderij. Gewoon een boerenzoon. Maar ik heb er in eerste instantie niet voor gekozen de agrarische opleiding te gaan volgen. Ik ging rechten studeren. Daarna kon ik als advocaat gaan werken bij een groot kantoor op de Zuidas, in een hypercommerciële omgeving. Daar heb ik met plezier gewerkt, maar na drie jaar begon ik me af te vragen of ik de komende veertig jaar wel advocaat wilde blijven om de problemen van anderen oplossen. Of dat ik liever meer bouwend bezig wilde zijn en wilde gaan ondernemen.”

Arwin Bos, de advocaat die boer werd
 

“Dus toen mijn vader het bedrijf wilde gaan verkopen dacht ik: Ik ben 28 en ik zou gek zijn als ik het niet probeer. Als het niet werkt kan altijd nog terug de advocatuur in.”

En nu?
“Nu telen we zeven verschillende rassen aardappels met de nadruk op hoge kwaliteit. En voor de wisselteelt suikerbieten en tarwe. We hebben 120 hectare akkerland - hier zestig en bij Nieuw-Vennep nog zo’n stuk. En daarmee zullen we het waarschijnlijk moeten doen, want de grondprijs hier is niet te betalen.”

Akkerbouw. Is dat niet massaproductie voor de grote, anonieme markt?
“Dat hoeft niet. Toen ik de zaak ging overnemen werkten wij ook zo. Maar die manier van werken leverde in heel veel jaren gewoon verlies op. Bovendien: in de aardappelmarkt draait 99% om prijs. Het draait niet om smaak of beleving. Gewoonlijk heb je maar twee smaken: vastkokend en kruimig. Niemand vraagt zich af: waar komt die aardappel vandaan?”

“Maar ik zag daar juist kansen. Binnen dat halve uur rijden wonen hier meer dan een miljoen consumenten. Dus toen ik in het bedrijf kwam heb ik vijftig aardappelrassen overal vandaan gehaald en getest. We hebben er een aantal uitgehaald die een combinatie hebben van een goede smaak, een goed verhaal en een beleving. Bijvoorbeeld de roseval: een heerlijke rode aardappel. Of een Truffelaardappel, die is paars. Een heel raar uiterlijk, dus die heeft daarin iets extra's. Of een La Ratte, ook een heerlijke Franse aardappel die qua smaak onovertroffen is. Wij hebben daar het verhaal bij dat wij een van de weinige telers in Nederland zijn. Bijna alles wat verkocht wordt is import uit Frankrijk.”

Truffelaardappel 
 

Hoe begon je daaraan?
“We zijn het gewoon gaan proberen. We haalden pootgoed uit het buitenland en hebben dat op kleine schaal in de grond gestopt. We hadden nog geen kilo afzet geregeld. Puur risico nemen.”

En na de oogst belde jij dus naar allemaal leuke foodwinkels om te vragen of ze geïnteresseerd waren in jouw zakjes bijzondere aardappelen? Die je zelf met de hand hebt staan vullen, dicht hebt geniet, met een A4’tje met een kort tekstje en een foto van jezelf en je vrouw erop…
Glimlachend om de herinnering: “Ja, ja...ja.” Hij zucht. “Ja zo zijn we begonnen en het was eigenlijk niet zo succesvol. Het eerste jaar hadden we ook iets van tien of vijftien supermarkten en foodwinkels waar onze zakjes lagen. We gingen daar ook weleens in persoon staan om te verkopen. En ook op heel veel marktjes. En wat merkten we? De sympathiefactor was ontzettend hoog, maar je moest praten als Brugman en dan namen ze misschien een keer anderhalve kilo mee naar huis. 'Eigenlijk is het al teveel,’ zeggen mensen dan. Of dat twee en een halve euro voor zo'n zakje zo duur is omdat ze een zakje voor een euro bij de supermarkt kunnen halen.”

De Agria frietaardappel die Bos aan kwaliteitssnackbars en restaurants levert

Arwin Bos heeft geïnvesteerd in opslag die kwaliteit garandeert
 

“Vergis je niet in de Nederlandse consument. Gewoon een keer een euro meer betalen voor een zakje aardappelen maar dat je dan een topproduct hebt, daar is maar een heel klein deel van de consumenten toe bereid. Zeker als ze het rechtstreeks bij een boer halen. Dan vinden ze al helemaal dat het maar een vijftig cent mag kosten. Want dat is wat ze gewend zijn.”

“Nu leveren we vooral direct aan horeca en groothandels die aan horeca leveren. Dat gaat heel goed, want in die sector worden smaak en kwaliteit meer gewaardeerd.”

Hoe plaatsen we jouw verhaal in de bredere trend van zelfvoorzienende regio’s?
“In mijn optiek zijn er twee dingen die werken: allereerst de boer zelf die zich op het lokale gaat richten en die dat gaat vermarkten. Wat ik doe dus. Dat is sterk in opkomst maar het marktaandeel blijft vooralsnog vrij marginaal. Maar om dat verder te stimuleren is het cruciaal dat je ruimte creëert voor de boer om te kunnen ondernemen.”

“Kijk, de Haarlemmermeer zou uitstekend de groentetuin van de stad kunnen zijn. Maar dat vraagt om het levendig houden van de hele boerensector, inclusief de infrastructuur die nodig is om te overleven: toeleveranciers, afnemers, mechanisatiebedrijven, loonwerkers... Daarom denk ik dat het heel belangrijk is dat er voldoende boeren overblijven.”

“Daarnaast heb je de politieke keuze, die overheden of bedrijven kunnen nemen. Als je duurzaamheid zo belangrijk vindt, geef je cateraar dan al bij de aanbesteding de opdracht dat bijvoorbeeld de helft van de producten die in de kantine geserveerd wordt lokaal geteeld wordt. Gewoon als harde voorwaarde. Put your money where your mouth is. Dat gebeurt nu nog veel te weinig. Ze zijn misschien bang dat het duurder wordt, maar dat hoeft helemaal niet.”

Je hoort vaak dat aanbestedingsregels in de weg staan.
“Ja, en dan moet je mij nou net niet hebben. Ik ben jurist. Binnen een aanbesteding hoef je niet alleen te kijken naar prijs, maar kan je ook allerlei andere factoren een rol laten spelen. Waaronder food miles en duurzaamheid. De Europese Commissie gaat echt niet zeggen dat je dat daar niet in mag laten meewegen.” 

“Het vraagt alleen om een andere manier van denken. In plaats van dat je begint bij de laagste prijs, maak je prijs secundair en geef je punten aan duurzaamheid en lokaliteit. Iemand moet een keer de eerste stap zetten. Stel je voor dat alle ziekenhuizen de helft van het eten lokaal gaan betrekken. En niet alleen de Gemeente Haarlemmermeer, maar tien Noord-Hollandse gemeentes doen dat. Dan is het helemaal niet duurder.” Met glimmende ogen: “Want dan word ik gebeld of ik wel vijfhonderd kilo op een dag kan gaan leveren. En wat ga ik dan doen? Een hele scherpe prijs maken. Want dat is ontzettend interessant. Dus het wordt eerst duurder, maar zodra het body krijgt, verdampt dat. Daar ben ik van overtuigd.” 

“Daarmee kunnen bedrijven en gemeentes echt wat teweegbrengen. En dan wordt het ook interessanter voor andere boeren om voor die markt te gaan produceren. Lokaal, met meer aandacht voor duurzaamheid. Dan gaat er echt iets gebeuren.”

Meer weten? Neem een kijkje op Arwins website, aardappelboer.nl.
 

Janno Lanjouw
Bekijk dit profiel
Maartje Strijbis
Bekijk dit profiel
Deel dit artikel:
SCHRIJF JE IN VOOR DE NIEUWSBRIEF
en word lid van Amsterdam &Co.
ZELF EEN REACTIE PLAATSEN?

Oeps! Je bent niet ingelogd.

Maak eenvoudig en snel een account aan en krijg toegang tot alle exclusieve functies en verhalen op Amsterdam &Co.
Het maken van een account is gratis!

Scherm sluiten

Je wachtwoord vergeten?

Geen probleem! Vul onderstaand formulier in en
je ontvangt direct een e-mail met daarin je wachtwoord.