Artikelen

Peter Leferink en Iris Ruisch

0 Vind-ik-leuks

De waarde van kleding is compleet verdwenen

Het is de week na hun allereerste evenement We Make M-ODE, een vijfdaags modeprogramma tijdens stadsfestival We Make The City. Maar denk niet dat Iris Ruisch (43) en  haar partner - in business en love - Peter Leferink (48) tijd nodig hebben om bij te komen. ‘Dit was nog maar het begin!’ zegt Leferink enthousiast. Het echtpaar, beiden gepokt en gemazeld door de mode-industrie, startte dit jaar januari hun nieuwe stichting M-ODE. Hun missie is minder verspilling  van kleding en materialen en ze willen ontwerpers helpen om een goedlopend bedrijf op te bouwen. Want: ‘Dat gaat bijna altijd mis.’ Voor Amsterdam &Co schetsen idealisten Ruisch  en Leferink, op steeds energiekere toon, wat hen drijft en  waar het naartoe moet met de modewereld.

Om te beginnen: hoe staat het ervoor met de mode in Nederland?
P: ‘De rol die mode inneemt in Nederland is klein, zowel in de beleving van de consument als in die van de overheid. Mode speelt geen significante rol in Nederland en dat maakt het lastig om er een kerstboom voor op te tuigen. In landen om ons heen, van België en Frankrijk tot Italië, heeft mode een fundamentele rol in de cultuur. We hebben  internationaal succesvolle ontwerpers zoals  Iris van Herpen, maar dat maakt nog niet dat  het geworteld is in ons systeem, terwijl het wel  een mega-industrie is.’
I: ‘Toch hebben we in dit kleine land maar liefst  zeven modeopleidingen waar ieder jaar behoorlijk wat talent vanaf komt.’
P: ‘Dus er is een enorme hoeveelheid potentieel  en een deel van die mensen heeft ook echt the  guts om ervoor te willen gaan.’
I: ‘Maar daar is nauwelijks fundament voor.’
P: ‘Ze hebben het niet makkelijk nee.’

tekst gaat verder onder afbeelding

Waar zit ‘m dat in?
I: ‘Neem Parijs, daar heb je vier opleidingen die ertoe doen. Wie daar vanaf komt rol je vaak gelijk in een breed gesteund traject waarbij je terechtkomt in een groot netwerk en wordt  gekoppeld aan grote partijen. Dat hebben wij nooit gehad in Nederland. Dat is een van de dingen waarvoor wij ons hard maken; we proberen een fundament te creëren waarmee ontwerpers de eerste jaren na hun opleiding geholpen zijn.’
P: ‘En dat komt toch vaak neer op geld. Dus daar zijn we achter de schermen druk mee bezig. Gelukkig met effect. Zo weten we dat de overheid geld gaat vrijmaken voor een nog te ontwikkelen modeprogramma.’

Onderdeel van jullie missie is minder verspilling van kleding en materialen. Het duurzame aspect van kleding noemen jullie zelfs evident. Toch lijkt de consument duurzaam kopen nog helemaal niet normaal te vinden. Grote kledingmerken hebben de grootste moeite om hun keten transparant te maken en we horen regelmatig over misstanden. Hoe kijken jullie daarnaar?
P: ‘De waarde van kleding is compleet verdwenen. Jonge mensen dragen zeven keer een kledingstuk en gooien het dan weg. Ik kreeg ooit een wollen  jas van mijn vader, een tijdloos, niet frivool model, die hij weer van zijn vader, en die weer van zijn vader had gekregen. Ooit kocht je iets voor  het leven. Dat is de manier waarop mensen kleding weer moeten gaan waarderen en kopen. Dat is waarom ondersteuning van designers zo belangrijk is. Als jij je kunt vinden in de identiteit en het  verhaal van een ontwerper, dan kun je daar een langdurige relatie mee opbouwen.’
I: ‘Designers zelf kunnen ook het systeem  doorbreken. Door niet meer elke vier, vijf maanden een nieuwe collectie te willen verkopen. Ook dat verstaan wij onder duurzaam.’

Jullie hebben nogal een staat van dienst in de modewereld. Leferink is al jaren hoofddocent Fashion & Design aan het Amsterdam Fashion Institute (AMFI) en Ruisch was hiervoor onder meer creatief directeur van de Amsterdam Fashion Week. Wat was het moment dat jullie dachten: het is tijd voor M­ODE?
P: ‘Door onze jarenlange mode-ervaring zien we dat ontwerpers constant tegen hetzelfde probleem aanlopen. Na een vliegende start komt altijd dat moment dat ze serieus moeten gaan bouwen  aan een bedrijf, en daar gaat het bijna bij iedereen mis. Het geld raakt op, er worden te veel te dure shows gegeven of ze zijn juist te weinig zichtbaar. Dus wilden we een format bedenken om designstart-ups te helpen hun bedrijf op een duurzame manier op te bouwen. Zo ontstond begin dit jaar M-ODE en het gaat heel hard.’
I: ‘We bieden inmiddels zo’n vijftien design startups ondersteuning en coaching als het gaat om zichtbaarheid, netwerk en financiering. Zo’n samenwerking is er in elk geval voor een jaar en voor maximaal drie jaar.’

 

Mode is natuurlijk een product dat zich goed leent voor een show of expo, dus dat podium bieden we zeker. Maar de focus ligt op een gezond bedrijfsmodel.

 

tekst gaat verder onder afbeeldingen

Hoe komt het dat het voor ontwerpers zo’n uitdaging is om een goedlopend bedrijf op te zetten?
P: ‘Ze zijn te vaak gericht op kortetermijnsucces: een show geven, of even zichtbaar zijn met een  artikel in een krant. En als het lukt om een bedrag van 20.000 of 30.000 euro te vinden, dan wordt het vaak voor dat soort kortetermijndoelen gebruikt.’
I: ‘Wij geloven overigens wel in fysieke events, want mode is een product dat zich uitermate leent voor een show of expoachtige presentatie, dus dat podium bieden we ook. Maar onze focus ligt op de vraag hoe je tot een gezond bedrijfsmodel komt.’

Ik zag jullie kinderen ook zitten tijdens  een modeshow bij We Make The City. Hoe betrekken jullie hen bij jullie werk?
P: ‘Ik kom uit een tijd waarin je niet wist wat je ouders deden. Het is een bewuste keuze dat  wij dat anders doen, en bovendien vinden zij het zelf leuk om mee te gaan.’
I: ‘Mijn zoon van bijna twaalf is heel eigenzinnig. Als hij zijn haar blauw wil verven, doet hij dat. Hij draagt ook kleding van designers die hij via  ons leert kennen. Door onze kinderen te laten zien wat we doen, hopen we ze op een vrije manier te laten kijken naar hun identiteit, en al helemaal op een leeftijd waarin er altijd een hang is naar uniformiteit.’
P: ‘Maar we stimuleren dat niet bewust hoor!’
I: ‘Het gebeurt vanzelf en het heeft ook een keerzijde. Diezelfde zoon zegt nu al dat hij de mode in wil, terwijl wij denken: oh nee, ga wat anders doen.’

Terwijl jullie juist zo gepassioneerd zijn over  jullie werk. Waarom dan toch die gedachte?
I: ‘Omdat het niet makkelijk is. Het is heel hard werken en meestal niet verdienstelijk.’
P: ‘Als je het heel eerlijk wilt weten, dan is er deep down ook altijd weer die ene vraag: hoe essentieel is het wat wij doen? Enerzijds is mode een absolute noodzaak, kleding is er altijd en het staat vaak dichterbij je dan je meest intieme relatie. Tegelijk, als je kijkt naar alles wat er in de wereld gaande is, hoe belangrijk is dan de positie van mode? Als opvoeders en ondernemers vinden wij het noodzakelijk om daarover na te denken. Laatst zat ik bij War Child voor een mogelijke samenwerking. Dan kom je binnen en hebben zij de avond ervoor een lezing gehad van Kim Phuc, het ‘napalm-meisje.’ dat de Vietnamoorlog overleefde. Dan denk ik: jemig, wat zit ik hier te doen?
I: Ja, dát. Wat we daarmee willen zeggen: mode  is vluchtig en aan trends onderhevig. Dat maakt het soms ingewikkeld.
P: Daarom willen natuurlijk ook van dat vluchtige imago af.
I: Het krijgt bovendien vaak het stempel ‘vlak’. Maar je kunt ook niet zonder, het is een manier om je te identificeren. Is Nederland al toe aan de omslag die jullie  willen bereiken?
P: Absoluut! Ik zie dat ook bij mijn studenten. We hadden dit jaar een groep tweedejaars die voor een opdracht een collectie moesten realiseren met beperkte middelen. Ze kregen daarvoor stoffen die ze hebben geweigerd omdat het niet uit een duurzame bron kwam. Zoiets was drie jaar geleden ondenkbaar. Het bewustzijn komt er en deze  ontwerpers worden straks opvoeders. Ook bij de grote spelers van Zara tot H&M, gaat er iets veranderen. Dat zal niet morgen zijn, maar ik ben er honderd procent van overtuigd dát het komt.

Tekst gaat verder onder afbeelding


Wat kan ik vandaag al doen om mijn kledingkast te verduurzamen?
P: Denk aan de woorden van de Britse mode- ontwerper Vivian Westwood: buy less, choose well, take care. Dat betekent dus ook: minder wassen.
I: Het is sowieso beter om dingen uit te hangen en te luchten. Gewoon lekker stomen als je onder de douche staat, dat werkt net zo goed. Grappig, als ik terugdenk aan mijn kleutertijd, dan had je zo’n campagne vanuit de schoenenindustrie: gun je schoenen een tweede ronde. Heel succesvol, want mensen zijn veel zuiniger op hun schoenen dan op hun kleding.

Wie brengt z’n kleding nog naar een kledingmaker?
P: Minder kopen en beter investeren is het belangrijkste. Bovendien komt dat je individualiteit ook nog eens tegen goede. 

 

De waarde van kleding is compleet verdwenen verscheen in de rubriek 'Interview' in de achtste editie van het Amsterdam &Co magazine: Modebewuster. 

Tekst: Christel Don
Fotografie: Erik Borst

ZELF EEN REACTIE PLAATSEN?

Oeps! Je bent niet ingelogd.

Maak eenvoudig en snel een account aan en krijg toegang tot alle exclusieve functies en verhalen op Amsterdam &Co.
Het maken van een account is gratis!

Scherm sluiten

Je wachtwoord vergeten?

Geen probleem! Vul onderstaand formulier in en
je ontvangt direct een e-mail met daarin je wachtwoord.