Artikelen

Tekst door: Farid Tabarki

0 Vind-ik-leuks

Geen spullen maar een vrije geest

De millenials zijn de toekomst van onze stad. Farid Tabarki is, als tijdgeestonderzoeker en veelgevraagd publicist, gefascineerd door deze generatie. Hij ziet dat deze groep materiële zaken steeds minder belangrijk vindt. Wat doet hun hart wel sneller kloppen en wat betekent dat voor de toekomst van de stad?

Het Marineterrein was tot voor kort een basis voor, u snapt het al, de Marine. Inmiddels is een derde deel van het terrein voor de burger. Het moet volgens de plannen een ‘hub voor innovatie’ worden: programmeurs, stadsbiologen, bierbrouwers, groenedakontwikkelaars, 3D-printprofessionals en bescheiden tijdsgeestonderzoekers zoals ikzelf vinden in dit nieuwe, vooralsnog grotendeels onontdekte hart van de stad hun plek. Mijn kantoor is, niet geheel toevallig, ook op het eiland gevestigd, op een stukje grond dat 300 jaar lang ontoegankelijk voor het publiek is geweest.

Een paradijs voor millennials, sporters en recreanten zo zou je het Marineterrein wel kunnen omschrijven. Niets staat er nog vast. Inmiddels zijn er wel zo’n dertig bedrijven neergestreken die grotendeels commercieel, maar ook nietcommercieel, allerlei interessante facetten van de kenniseconomie aanpakken. Dit alles rond een haventje waarin je kunt zwemmen, een voormalige officiersmess met de naam Pension Homeland (die ook zijn eigen bier brouwt!) en een prachtig gazon waar op zonovergoten dagen nog volop ruimte is. De rolkoffer heeft het terrein nog niet ontdekt.

De grootstedelijke belangen hebben het terrein inmiddels wél ontdekt. Stemmen gaan op om voldoende sociale huur te realiseren. In het recente verleden is al wel eens geopperd dat het terrein een fantastische plek zou zijn om touringcars te parkeren. En uiteraard is dit stuk Amsterdam, gelegen tussen de Passagiersterminal, OBA, Het Scheepvaartmuseum en NEMO, een triple-Alocatie voor penthouses waar Russen, Chinezen, of andere goed in de slappe was zittende beleggers graag de portemonnee voor trekken.

Het Marineterrein laat de problematiek van de grote stad in een notendop zien. Zeker vanuit het gezichtspunt van ambitieuze, jonge mensen die midden in de stad staan. De mogelijkheden zijn voor deze innovatieprofessionals enorm, maar het krachtenveld kan ervoor zorgen dat ze deze mogelijkheden niet kunnen verzilveren.

Als voor innovatieprofessionals de woningmarkt en andere voorzieningen in de grote stad al knellen, hoe zit dat dan voor de ‘gemiddelde’ Amsterdammer, als die al bestaat? Ik richt me even op de mbo’er, de professional met het diploma dat in Nederland het vaakst wordt uitgereikt.

Change=
Eerder dit jaar mocht ik een lezing geven bij de opening van een bijzonder nieuw appartementencomplex in Amsterdam Nieuw- West. Change=, ontwikkelaar van communityconcepten, leverde namelijk een prachtig complex op specifiek voor werkende mbo’ers tussen 18 en 30 jaar. De huurprijzen liggen op €533,- per maand. Daarvoor krijgen de jongeren weliswaar een kleine woonruimte, van 30 m2, maar die ziet eruit om door een ringetje te halen. Met goed licht en natuurlijk razendsnel internet. Hun kleren wassen de jongeren in de gedeelde wasserette. Dat scheelt investering. Er is een inpandig restaurant, een mediazaal, een binnentuin en een grote stalling voor fietsen en scooters. Oprichter en CEO Ralph Mamadeus was bovendien al vanaf de oprichting actief in gesprek met banken om ervoor te zorgen dat de bewoners na vijf jaar in het appartementencomplex op eenvoudige wijze toegang kunnen krijgen tot een hypotheek.

Het concept is heel innovatief: met de alomvattende wijze waarmee Mamadeus het wonen -in al zijn tijdelijkheid, maar ook zijn toekomstbestendigheid- aan de jongeren aanbiedt, maakt hij het motto van zijn bedrijf waar: ‘living as a service’. Dat past goed bij de millennial, die al gewend is om muziek en entertainment als een dienst te betrekken bij Spotify en Netflix en die gemêleerde platforms zoals We Are Public (ongelimiteerd cultuurbezoek) of Onefit (toegang tot diverse sportaccommodaties) op waarde weet te schatten.

Postmaterialisten
Een stad zonder vastigheid, met wonen als dienst. Dat past goed bij de toenemende flexibiliteit van bijna alle arrangementen binnen de samenleving. Van jongeren wordt gedacht dat ze bijna automatisch goed met deze ontwikkelingen kunnen omgaan en dat geldt inderdaad voor sommigen. Maar niet voor iedereen.

Is de millennial eigenlijk wel zo flexibel? Hij of zij is een tegenstrijdig wezen. 75 procent van de millennials wil de mogelijkheid hebben om op afstand te werken, 88 procent vindt het normaal dat werk en privé in elkaar overlopen en 64 procent wil de wereld verbeteren. Millennials gebruiken ook heus met gemak de technologische middelen om hun doelen te bereiken, maar ze zijn nog wel opgeleid in een op industriële leest geschoeid onderwijssysteem. Ze zijn wat psychologen noemen nogal ‘risk-averse’: ze mijden risico’s en zijn op zoek naar zekerheid.

Het zijn net mensen. De ene millennial is de andere ook niet: ze komen uit verschillende sociaal-economische milieus, uit de stad of de provincie, en ze sorteren met hun opleiding voor op een ander segment van de beroepsbevolking. Toch moeten alle millennials, en overigens ook ieder ander, dealen met wat Zygmunt Bauman (1925-2017) de ‘vloeibare moderniteit’ heeft genoemd. Hierin is verandering de enige constante, en onzekerheid de enige zekerheid (Zygmunt Bauman, Liquid Modernity (Cambridge, UK: Malden, MA: Polity Press; Blackwell, 2000). De jongere van nu ervaart in de grote stad dat deze onzekerheid aanpassingsvermogen vergt. 

'Dat is ook precies wat je nodig hebt om een tad schwung te geven: mensen die zin hebben hun schouders onder vernieuwing te zetten'

Een goed ingrediënt voor een vloeibare stedeling is wellicht soberheid. Zonder spullen kom je sneller verder. Ik moet denken aan Fumio Sasaki, een Japanse dertiger die het boek ‘Vaarwel, spullen’ heeft geschreven en in een leeg appartementje van 30 m2 aan zijn volgende boek bezig is. Het minimalisme past goed bij een nomadische levensstijl. ‘Je bent sneller klaar om te vertrekken’, zegt Sasaki. Onze smartphones zorgen ervoor dat we eigenlijk helemaal geen dingen meer nodig hebben.

Of de vloeibare samenleving inderdaad het einde van de spullen zal inluiden voor de mainstream, dat valt nog te bezien. Niet iedereen zal willen leven zoals Marjolein in haar Tiny House bij Alkmaar, op nog veel minder dan 30 m2. Google maar eens op ‘Marjolein in het klein’ voor een indruk. Ik geloof er echter heilig in dat voor veel mensen status meer met reputatie dan met spullen te maken heeft. En vrijheid meer met daadwerkelijke mogelijkheden tot ontplooiing dan met geld op je bankrekening. Jonge mensen in de stad worden dus langzaam postmaterialistisch, simpelweg omdat ze zich met grote huizen, spullen en geld niet meer kunnen onderscheiden. Dat kunnen ze wel met een goede reputatie en een vrije geest.

Kiezen in de stad
Dat is ook precies wat je nodig hebt om een stad schwung te geven: mensen die zin hebben hun schouders onder vernieuwing te zetten. In het nieuwste boek van de Brit Charles Landry komt dat mooi tot uiting in de vorm van tekst en foto’s. Eerder timmerde Landry al aan de weg met het begrip ‘creatieve stad’. In zijn nieuwe uitgave ‘The Civic City in a Nomadic World’ (de civiele stad in een nomadische wereld) beschrijft hij mogelijkheden om (stukken van) de stad zo te ontwikkelen dat bewoners de stad mede vormgeven. ‘Co-creatie’ in de stad gaat verder dan partnerschappen en samenwerkingen. Het geeft een plek aan de ‘collectieve verbeelding en intelligentie van stedelingen in het maken, vormen en co-creëren van hun stad.’ (Charles Landry, The Civic City in aNomadic World, nai010 publishers 2017)

Een kernwaarde voor co-creatie is volgens Landry ondernemerschap. Daarbij moet je overigens niet alleen maar aan start-ups denken, het stereotype van het ondernemerschap, maar ook aan nieuwe ideeën, veranderingsgezindheid en verbeeldingskracht.

De Amerikaanse bedrijfskundige Saras Sarasvathy, die aan de universiteit van Darden lesgeeft aan MBA-studenten, heeft twee vormen van ondernemerschap tegenover elkaar gezet: causation en effectuation. Ze zag hoe de bedrijfskunde van de eerste vorm uitging: plannen maken, marktonderzoek doen en risico’s inschatten met een helder gedefinieerd doel voor ogen. Vervolgens zag Sarasvathy hoe in de praktijk ondernemers hun middelen bij elkaar leggen, op een lukraak punt beginnen en onderweg hun plannen bijstellen. Vergelijk het met de kok in het restaurant die een receptuur volgt (causation) tegenover de kok die in het keukenkastje kijkt wat er ligt, terwijl de pannen op het vuur staan nog even langs de buurvrouw loopt voor een ui en een snufje zout (effectuation). Die laatste vorm van ondernemerschap voelt voor veel mensen natuurlijker aan. Voor het ontwikkelen van stedelijk gebied is dat de slimmere vorm van werken. Je neemt namelijk de stedelijke omgeving die al bestaat als uitgangspunt en zoekt van daaruit slimme oplossingen in samenspraak met de betrokkenen.

Terug op het Marineterrein
Dat brengt me terug op het Marineterrein, waar heus niet alle gebouwen even mooi zijn, maar waar het jammer zou zijn om van bovenaf een blauwdruk neer te laten dalen. De ontwikkeling van dit unieke stukje Amsterdam kan model staan voor een nieuwe aanpak. Alleen al omdat er geen bestemmingsplan geldt, waardoor de inrichting van het gebied nog alle kanten op kan. Deze aanpak kan uitstralen op de hele metropoolregio, om te beginnen met de directe omgeving van het Marineterrein, waar ik dus niet geheel toevallig zelf woon. Ik hoop dat we de kracht van bewoners inschakelen om de manier waarop we de boel inrichten en organiseren eens flink op te schudden.

Wonen kan op dit eiland bijvoorbeeld ten dienste staan van innovatie. Vestigt zich er een ‘outpost’ van een universiteit, dan kunnen er tijdelijk studenten en promovendi wonen; komt er een periode waarin allerlei bedrijven zich richten op de internet of things, dan krijgen de techneuten en de designers een plek. Het wonen dus niet als vaste functie, maar als een tijdelijke functie die wordt gecureerd als een zaal in het museum bij een tentoonstelling.

Intussen gaan we met de mensen en organisaties op het terrein aan de slag om samen energie op te wekken, nieuwe apps te ontwikkelen en de ruimtelijke ontwikkeling van een grootstedelijk gebied blijvend te veranderen. Dat gaan we doen met mensen van alle generaties; maar het zal me niet verbazen als een paar millennials een leidende rol nemen.

 

FARID TABARKI

Farid Tabarki is de oprichtervan Studio Zeitgeist en treedtop als spreker, dagvoorzitter engespreksleider.Hij doet sinds 2000 onderzoek naar de (Europese)tijdsgeest. Farid heeft een wekelijksecolumn in Het FinancieeleDagblad. Hij is lid van de Raad vanToezicht van het Prins BernhardCultuurfonds en lid van het curatoriumvan De Baak. Ook was hij lidvan Platform Onderwijs2032 dat opverzoek van het kabinet een adviesover de toekomst van het funderend onderwijs heeft uitgebracht.

 

Geen spullen maar een vrije geest verscheen in de rubriek 'Stand van de stad' in de zevende editie van het Amsterdam &Co magazine: Grote stad, klein hartje. 

Tekst: Farid Tabarki
Illustraties: Kristel Steenbergen

ZELF EEN REACTIE PLAATSEN?

Oeps! Je bent niet ingelogd.

Maak eenvoudig en snel een account aan en krijg toegang tot alle exclusieve functies en verhalen op Amsterdam &Co.
Het maken van een account is gratis!

Scherm sluiten

Je wachtwoord vergeten?

Geen probleem! Vul onderstaand formulier in en
je ontvangt direct een e-mail met daarin je wachtwoord.