Artikelen

Tekst door: Janno Lanjouw en Fotografie door: Maartje Strijbis

0 Vind-ik-leuks

Wie Amsterdam voedt: #3: Henk en Wilma, De Melkboeren:

Henk den Hartog en Wilma van der Wolf, biologische melkveebedrijf Hartstocht: “Je moet naar het totale plaatje kijken.”

Als antwoord op de grillen van de wereldmarkt werken steeds meer boeren, tuinders, worstenmakers, broodbakkers, winkeliers en chefs in korte ketens: directe handel met zo weinig mogelijk tussenschakels. Vaak is dat lokaal en met een betere connectie tussen de maker en de eter van het voedsel. In de rubriek Wie Amsterdam voedt –  gemaakt in samenwerking met de Rabobank – maak je kennis met de mensen achter je eten, en met hun ideeën voor een duurzamer regionaal voedselsysteem.

Voor deze derde aflevering reden we naar de Gein, het pittoreske riviertje dat ten zuidoosten van Amsterdam van Abcoude naar Driemond meandert. Ongeveer halverwege vind je Boerderij Hartstocht, het biologische melkveebedrijf van Henk den Hartog en Wilma van der Wolf. 


Het is druk in de kleine keuken van Henk en Wilma. Mokken koffie worden bijgevuld, koeken gaan rond, de hond snuffelt rond. En het gesprek gaat over de temperatuur in de composthoop. “Daar kan je een boiler op aansluiten, voor warm water in de tenten,” legt Henk tussendoor uit. Zijn uitleg roept eigenlijk vooral vragen op. Duidelijk is dat op Boederij Hartstocht het experiment niet geschuwd wordt. Als de anderen, op Wilma na, de keuken hebben verlaten, vraagt Henk naar het doel van het gesprek. 

Laarzen van personeel en voor bezoekers in de deel

We maken een serie over innovatieve voedselondernemers die met lokale, korte voedselketens Amsterdam voeden.
“Nou, die gedachte vind ik prima. Maar het moet zin hebben,” zegt Henk streng. “We moeten niet met een liter melk naar Amsterdam gaan rijden. Dat slaat nergens op. Dat is ook de reden dat ik niet zwaar inzet op een boerenwinkeltje. We zitten aan een klein boerenweggetje. Het is niet goed als half Amsterdam hier straks in de file staat om inkopen te doen. Je moet altijd kijken naar het totale plaatje. En dat verbeteren.”

Dus korte ketens zijn niet altijd beter?
“Een korte keten heeft alleen zin als je voldoende volume hebt en je synergie en infrastructuur goed op orde is. Laten we niet vergeten dat we in Nederland een van de beste organisatorische synergiën ter wereld hebben. Een grote melkcoöperatie zoals Friesland Campina heeft dat heel goed in de vingers. Dat zijn bestaande systemen die goed functioneren. Je moet niet lokaal voedsel gaan promoten omdat het hip is.” Henk schudt zijn hoofd.

Is er dan niets mis met de ketens zoals ze nu zijn?
“Jawel. Een groot nadeel van de grote verzuivelaars is dat ze geen kleine stromen kunnen verwerken. Alle melk van alle boeren wordt bij elkaar gebracht en verwerkt tot één product. Het gevolg is wel dat je niet beloond wordt voor extra moeite. Iedereen krijgt dezelfde prijs. Je identiteit in het product kan je niet verwaarden via een heel groot concern.”

Henk en Wilma met hun honden

Je identiteit?
“Ja. Wij werken op een bepaalde manier en doen veel dingen die andere boeren niet doen. Daar wil de consument over het algemeen best wat meer voor betalen. Maar hij moet het wel kunnen zien. Je moet dus een meerprijs kunnen vragen voor de identiteit in je product.”

Daarom is Boerderij Hartstocht een van vijf melkveebedrijven die zich hebben verenigd in MELC Amsterdam, een vernieuwende zuivelcoöperatie in de metropoolregio Amsterdam. Anders dan een klassiek zuivelcoöperatie, probeert MELC juist de verschillen in de melk te benadrukken. “Dat is in dit geval het nieuwe: elke boerderij heeft zijn eigen smaak in de melk zitten. Net als bij wijn. En dat zouden we kunnen gaan aanbieden in de stad. Koffietentjes en bakkerijen kunnen dan gaan kijken met welke melk ze goed uit de voeten kunnen.”

Hebben jullie ook bijzondere koeien?
“Wij hebben Oudhollandse runderrassen: Groninger Blaarkop, MRY. Zo’n 350 stuks, inclusief jongvee. Het zijn dubbeldoel koeien, wat betekent dat ze zowel geschikt zijn voor melkproductie als voor vlees. Dat is anders dan het speciaal gefokte melkvee wat in de gangbare sector gebruikt wordt. Die geven heel veel melk, maar zijn daarna minder geschikt voor vleesproductie. Onze koeien zijn gespierder. Ze geven minder melk maar ze kunnen veel beter overweg met het wat schralere rantsoen dat ze in de natuurgebieden die we beheren vinden.”

Jongvee in het stro

Maar er gebeurt hier op het bedrijf nog veel meer toch?
“Ja, we doen boerderijeducatie, hebben een zorgtak en ontwikkelen onze eigen producten: melk, vlees en roomijs. En de compostering is een heel belangrijk onderdeel. Maar het hart is de melkveehouderij. Al onze andere activiteiten passen daarbij, of dragen eraan bij.”

“En als mensen een goed idee hebben om iets te doen bij ons op het bedrijf staan we daar ook voor open,” voegt Wilma toe. “Zolang het tenminste bij ons past en het bedrijf versterkt. Een mooi voorbeeld is de biologische moestuin die door kennissen wordt beheerd. Zij hebben nu ongeveer vijftig abonnementen van mensen uit de stad die elk weekend hun groenten kunnen komen oogsten. Vooral gezinnen.”

“Ik ben geen tuinman,” verklaart Henk, “dus het is mijn ding niet. Maar ik zoek mensen die dat soort nevenactiviteiten kunnen faciliteren. Het geeft een mooie uitstraling voor het bedrijf.”

De ‘tuinen van Hartstocht’ waar Amsterdammers elk weekeinde kunnen komen oogsten

En het schept betrokkenheid van de consument, korte ketens.
“Precies. Iets waar wij actief naar streven. Vroeger was een boerderij eigenlijk een mini-gemeenschap. Als je een grote klus moest klaren, de sloten schoonmaken bijvoorbeeld, dan werkte de hele familie daaraan mee. Plus nog de knechten en de meiden. Als je nu de sloten moet reinigen, bel je de loonwerker. Die komt met zijn machine en dat was het dan.”

Dat klinkt wel een beetje nostalgisch.
“Ik zeg niet dat je je rug moet breken op handwerk. Maar zo’n gemeenschap is het nastreven waard. Je kan dat in deze tijd bereiken door meer activiteiten te ontplooien.”

“Daardoor kunnen er ook veel meer mensen van genieten,” voegt Wilma toe. “Ik heb onderhand al wel drie keer gehoord dat iemand de mooiste dag van zijn leven heeft gehad. Dat is…”

Henk valt Wilma in de rede: “Dat geeft een kick.”

Wilma: “Ja, en dat is maar goed ook want het is natuurlijk ook best weleens lastig dat je zo veel mensen op je bedrijf hebt. Je moet er echt wat voor overhebben.”

Het bedrijf is al drie generaties in de familie van Henk. “Mijn opa kwam van een boerderij in Duivendrecht, ongeveer waar nu het AMC-ziekenhuis staat. Maar daar was de grond slecht. Toen hij tijdens de Eerste Wereldoorlog bij Fort Nigtevecht gelegerd lag, kwam hij in zijn vrije tijd op dit bedrijf helpen melken. Nederland was neutraal dus er was toch niet veel te doen voor militairen. Dan gaf mijn opa de commandant een stukkie spek en dan mocht hij weg. Blijkbaar beviel het bedrijf hem, want in 1936 heeft hij het voor 40.000 gulden gekocht.”

Een warm welkom bij de Hartstocht

En toen nam je vader het over en later jij. En je schakelde om naar biologisch.
“Ja, niet meteen natuurlijk. Tot 2004 werkte ik samen met mijn broer. Maar wel op intensieve wijze. Dat was ons met de paplepel ingegoten. Zowel thuis als op de landbouwschool. Dus dat zijn mijn broer en ik in de praktijk gaan brengen. Productie verbeteren van het land en de dieren. Stukje bij beetje land bijkopen. Groeien!”

“Op een gegeven moment kochten we een stuk land van de een buurman. Dat was een oud boertje die heel extensief boerde. Weinig koeien, weinig mest, weinig maaien. Het opvallende was dat je bijna altijd over die grond kon rijden. Zomer en winter. Dat was bij ons wel anders. Wij werkten toen nog intensief en daardoor was het soms zo zompig dat groot materieel helemaal wegzakte.”

“Nadat we zijn land hadden gekocht gingen we dat, zoals we gewend waren op ons eigen land, dik onder de mest rijden. Productie verhogen! En binnen een paar jaar kon je er 's winters ook niet meer op. De grond verslempte gewoon door al die drijfmest die erop kwam. Veel kunstmest erbij en veel maaien… Niet goed.”

De kwaliteit van de grond liep dus terug. En dat heeft je doen besluiten om biologisch te worden?
“Dat was het eindresultaat, maar dat ging heel geleidelijk. We begonnen vooral met composteren. Overal waar we het konden vinden haalden we organisch materiaal op. Daar krijg je ook gewoon voor betaald, maar het biedt ook een uitstekend alternatief voor mest. Je moet de bodem tenslotte wel blijven voeden.”

De indrukwekkende composthoop

En zo kunnen bezoekers van Boerderij Hartstocht zich vergapen aan een vijftien meter hoge bult compost. “Het zwarte goud,” zoals Henk het grijnzend noemt. Vanuit de hele omgeving wordt natuurmaaisel naar immense composthoop gereden waar diep binnenin micro-organismen het organisch materiaal fermenteren en omzetten tot losse zwarte korrels, rijk aan voedingsstoffen en mineralen. “Daar komt flink wat warmte bij vrij. Binnenin is het wel tachtig graden,” legt Henk uit. “En nu wil ik die warmte dus gaan gebruiken om het water in de gastenverblijven op te warmen.” Hij kijkt bedachtzaam. “Maar dat is nog flink ingewikkeld.”

Als ik je visie mag samenvatten: je houdt je altijd bezig met het totale plaatje. Of het nu over je bodem gaat of over korte ketens met de consument.
“Dat klopt wel. Daarom probeer ik gewoon heel veel dingen uit. Ik weet ook niet van tevoren hoe iets gaat lopen.”

Janno Lanjouw
Bekijk dit profiel
Maartje Strijbis
Bekijk dit profiel
Deel dit artikel:
SCHRIJF JE IN VOOR DE NIEUWSBRIEF
en word lid van Amsterdam &Co.
ZELF EEN REACTIE PLAATSEN?

Oeps! Je bent niet ingelogd.

Maak eenvoudig en snel een account aan en krijg toegang tot alle exclusieve functies en verhalen op Amsterdam &Co.
Het maken van een account is gratis!

Scherm sluiten

Je wachtwoord vergeten?

Geen probleem! Vul onderstaand formulier in en
je ontvangt direct een e-mail met daarin je wachtwoord.