Artikelen

Tekst door: Janno Lanjouw en Fotografie door: Maartje Strijbis

0 Vind-ik-leuks

Wie Amsterdam voedt: #8: Thijs van Banning, Landmarkt

“Het systeem verbeteren gaat in stapjes.”

Als antwoord op de grillen van de wereldmarkt werken steeds meer boeren, tuinders, worstenmakers, broodbakkers, winkeliers en chefs in korte ketens: directe handel met zo weinig mogelijk tussenschakels. Vaak is dat lokaal en met een betere connectie tussen de maker en de eter van het voedsel. In de rubriek Wie Amsterdam voedt – gemaakt in samenwerking met de Rabobank – maak je kennis met de mensen achter je eten, en met hun ideeën voor een duurzamer regionaal voedselsysteem.

Supermarkten hebben de afgelopen decennia een zeer bepalende positie in ons voedselsysteem verworven. De reusachtige ketens hebben veel macht over zowel de producenten als consumenten. Ze bepalen wat het volk eet en hoeveel daarvoor betaald wordt. In competitieve supermarktoorlogen draait alles om prijs en consumentengemak. Andere waarden delven het onderspit. Maar niet bij de Landmarkt.

“Het verhaal over het product van de boer moet weer belangrijk worden in de supermarkt. Dat is de grondgedachte van Landmarkt,” vertelt mede-oprichter Thijs van Banning in het restaurant van de Landmarkt, aan de voet van de Schellingwoudebrug. Hij praat zacht maar vastberaden, met een Haagse tongval die sterker wordt als hij enthousiast wordt. 

Hoe ontstond de Landmarkt?
“In 2009 heb ik ontslag genomen bij Albert Heijn, waar ik werkte als categoriemanager op vlees en vis. Ik wilde graag gaan ondernemen en gaan voor een natuurlijkere aanpak. Samen met mijn huidige compagnons Harm van Dijk en Jan Boon zijn we toen begonnen aan wat de Landmarkt zou worden. Dat duurde twee jaar: locatie vinden, het businessmodel verzinnen, een team neerzetten, nadenken hoe je het allemaal voor elkaar gaat krijgen, financiering...”

“Uiteindelijk zijn we in april 2011 open gegaan. Hier, in een oud tuincentrum dat al een tijd leeg stond en waar de Gemeente Amsterdam een mooie bestemming voor wilde vinden. Wij zochten een plek aan de rand van de stad om het gevoel van 'tussen land en stad' te versterken. Daar voldeed dit wel aan.”


 De Landmarkt in Amsterdam Noord, met tussen de bomen de Schellingwoudebrug

“Wij zijn niet noodzakelijkerwijs biologisch of gecertificeerd ofzo. Ongeveer de helft van wat we verkopen is biologisch, maar dat is min of meer toeval. Ik kijk niet naar certificaten, ik kijk naar waar dingen vandaan komen en wie ze maakt. Met hoeveel vakmanschap, liefde en zorg dat gebeurt.”

“De wereld van certificaten, is heel erg de wereld van de grote bedrijven. Bij Albert Heijn moest ik op de vis wel MSC zetten want anders geloofden mijn klanten überhaupt niet dat het goed was. De hele productieketen is doorgeslagen in een efficiëntieslag. Die heeft er niet alleen voor gezorgd dat er op een hele onzorgvuldige manier met grondstoffen wordt omgesprongen - of dat nou dieren, teeltpercelen of wat dan ook zijn - maar ook dat er op een heel onzorgvuldige manier met ons eten wordt omgegaan.”

“De filosofie van de Landmarkt draait om ambacht. Niet om grote productieprocessen, maar juist om kleine schaal en transparantie: weten waar dingen vandaan komen. Dat is de kern.”

“En het moet leuk zijn. Het gevoel dat je op een Italiaanse of Spaanse markt krijgt. Niet te streng. Bij veel supermarkten wil je zo snel mogelijk weg. Vandaar ook dit restaurant, midden in de winkel,” zegt Thijs terwijl hij om zich heen kijkt. “Elk weekend hebben we hier kookdemo's. En we kopen bijvoorbeeld de grootste pompoen van Nederland. Da's gewoon lachen.”

De ‘marktbeleving’ met vis op ijs

Wat winnen we met ambacht en transparantie?
“Een vakman of ambacht betekent dat een persoon - iemand die je aan kunt kijken - het eten bereid, teelt of voortbrengt. Daarin zit de verbinding die in andere supermarkten vaak mist. Dat is voor niemand echt leuk. Kijk, als jij een paar honderd hectare tomaten gaat telen om aan de vraag van de supermarkt te voldoen, dan moet je allemaal hoogprofessionele apparatuur kopen. Maar je bent ook connectie met tomaat kwijt. Je bent een manager geworden. En wat gebeurt er dan? Je gaat zo efficiënt mogelijk produceren, je gaat met bestrijdingsmiddelen aan de slag. Stap voor stap loopt het uit de hand.”

“Ook voor de consument. Eten is een veel belangrijkere component dan op dit moment wordt onderkend in de medische wereld. Kijk bijvoorbeeld naar een fles ketchup dat bestaat voor een kwart uit suiker. Dat is ook stap voor stap gegaan.”

“Daarnaast geloven we sterk in de voordelen van regionale productie. Het in stand houden van regionale productie betekent een groen buitengebied. Het betekent een economisch draagvlak voor een aantal boeren hier in de buurt. Wij zijn daarin maar een deel, en soms maar een klein deel, maar we dragen er wel degelijk aan bij.”

“Dus het in stand houden van lokale productieketens waar we met zijn allen plezier van hebben, daar geloof ik wel in. Dat je, als je hier door het Waterland fietst, ziet dat er daadwerkelijk geboerd wordt.”

Boer en herkomst staan vermeld bij de producten op de groenteafdeling

Zitten er ook nadelen aan het werken met korte ketens?
“Zeker. Een uitdaging zijn de relatief kleine volumes. We halen soms letterlijk ergens drie kratten van iets op. Witlof is daar een voorbeeld van. Dat is best een klein product, maar wij willen dat wel graag direct van de boer.”

Ga je op bezoek bij elke producent?
“Ja. Mijn medewerkers en ik kennen ze allemaal. Wij hebben ook geen hoofdkantoor en een winkel - dat is bij ons allemaal geïntegreerd. Onze groenteboer André verkoopt op de vloer de groente, maar is ook verantwoordelijk voor de contacten met de boeren. Hij kent die gasten en spreekt ze dagelijks.”

“Samen beslissen we om samen te werken met partijen op basis van kwaliteit, smaak, prijs, ook wat je ziet. Is het een bende of een heel grootschalig bedrijf? Dan past het niet bij ons. Natuurlijk moet het wel een modern, professioneel bedrijf zijn, maar niet te groot en met al te veel machines.”

Hoe ga je dat doen als je gaat groeien?
“Nou niet.”

Landmarkt gaat niet groter worden?
(lacht) “Jawel, misschien wel. Maar…” Thijs houdt even in. “Ten eerste: we hebben ooit een tweede winkel geopend in Apeldoorn. Wat bleek? Apeldoorn was nog niet klaar voor ons en wij waren niet klaar voor Apeldoorn. Dat was in de de tijd dat ook Marqt sterk groeide en wij eigenlijk ook een keten wilden worden. Dat ging niet goed en we zijn toen failliet gegaan. Wij zijn - als oprichters - al ons geld kwijtgeraakt en een hele hoop mensen hun baan. Toen ben ik wel genezen van de droom om een hele grote keten te hebben.”

“In de laatste maanden van dat faillissement was ik vooral met verzekeraars en bankiers bezig. Daar wilde ik nou net aan ontsnappen toen ik met Landmarkt begon! Toen besefte ik dat het ook consequenties heeft voor je eigen rol als je heel groot wilt worden. Ik zorg er nu liever voor dat ik dicht blijf bij wat ik leuk vind.”

“Toen het hier na de doorstart begon te lopen en er weer geld verdiend werd, was er ineens niet zoveel meer voor mij te doen. Vanuit die gedachten hebben we weer een tweede winkel geopend, maar nu op de Van Woustraat in de stad. Die draait nu ook, dus ja: ik ben nu weer aan het kijken.”

“Maar daarbij: áls we een grote vestiging in Rotterdam - ik noem maar wat - gaan openen, gaan we daar niet een centraal hoofdkantoor boven hangen. De groenteboer daar moet daar in de buurt ook weer zijn groente gaan kopen en contacten met de boeren onderhouden.”

De bakkerij

Wat is er mis met de manier waarop we nu eten produceren en consumeren?
“Kijk naar een product als pindakaas. In principe bestaat dat uit gemalen pinda’s en een klein beetje zout. That’s it. Maar in de afgelopen dertig jaar is het steeds normaler geworden om aan dat soort producten allerlei ingrediënten toe te voegen. Suiker, palmvet, soja - alles om het smeuïger te maken, de smaak te verbeteren, maar ook om het productieproces goedkoper te maken. Dat is geleidelijk gegaan, maar op een gegeven moment slaat het door. Het leidt tot smaakvervlakking en onthechting van de oorsprong van ons eten.”

“Ik geloof oprecht niet dat het goed is om producten te consumeren die gemaakt zijn met twintig ingrediënten die door vijftien recyclestappen in een fabriek zijn gegaan. Ik geloof dat het goed is om broccoli te eten. Of bloemkool. Vlees. Basisingrediënten.”

 Thijs van Banning buiten bij de Landmarkt

Toch verkoop je wel A-merken die dat soort toevoegingen in hun pindakaas stoppen. Daarin ben je anders dan de biologische winkel of de Marqt.

“Ja. Je moet niet in één keer van de woonkamer naar de zolder willen gaan; je moet eerst naar de eerste verdieping. Dat is ook de achtergrond van ons assortiment. We willen grote groepen consumenten aanspreken. Niet mensen die al overtuigd biologisch eten, maar juist mensen die nu bij gewone supermarkten kopen verleiden om bij ons boodschappen te komen doen.”

“Daar hoort bij dat je ook de basis uit die super aanbiedt. We zijn nooit de prekende pastoor geweest die met een vingertje wijst. 'Gij zult niet dit en dat.' Ik drink zelf ook Coca-Cola. Ik weet dat het slecht voor me is, maar ik doe het toch.”

“Maar ook voor de portemonnee van onze klanten moeten we keuzes maken. Er zijn maar weinig mensen die het kunnen betalen om echt alleen biologisch te eten. Dus wij proberen de stap gestaag te maken.”

“Wij zijn ook juist in staat om andere producten te verkopen omdat we die breedte in ons assortiment hebben…. Een voorbeeld: sap van de boer. Puur appel- of perensap. Dat staat naast bij ons naast de Coca-Cola. Ik verkoop hier 60 flessen cola per week. In een gewone supermarkt zijn dat er 1.500. Maar ik verkoop twee pallets sap. Misschien wel juist omdat mensen makkelijker kiezen voor het alternatief als het naast de andere keus staat.”

Dus jullie halen toch ook dingen van ver? “Ja. Nogmaals: je kunt niet van de begane grond meteen naar de zolder. Verbeteren moet in stapjes.” 

Janno Lanjouw
Bekijk dit profiel
Maartje Strijbis
Bekijk dit profiel
Deel dit artikel:
SCHRIJF JE IN VOOR DE NIEUWSBRIEF
en word lid van Amsterdam &Co.
ZELF EEN REACTIE PLAATSEN?

Oeps! Je bent niet ingelogd.

Maak eenvoudig en snel een account aan en krijg toegang tot alle exclusieve functies en verhalen op Amsterdam &Co.
Het maken van een account is gratis!

Scherm sluiten

Je wachtwoord vergeten?

Geen probleem! Vul onderstaand formulier in en
je ontvangt direct een e-mail met daarin je wachtwoord.