Artikelen

Tekst door: Janno Lanjouw en Fotografie door: Maartje Strijbis

0 Vind-ik-leuks

Wie Amsterdam voedt: Epiloog door Janno Lanjouw

Als antwoord op de grillen van de wereldmarkt werken steeds meer boeren, tuinders, worstenmakers, broodbakkers, winkeliers en chefs in korte ketens: directe handel met zo weinig mogelijk tussenschakels. Vaak is dat lokaal en met een betere connectie tussen de maker en de eter van het voedsel. In de rubriek Wie Amsterdam voedt – gemaakt in samenwerking met de Rabobank – maakte je kennis met de mensen achter je eten, en met hun ideeën voor een duurzamer regionaal voedselsysteem.

Vandaag komt deze rubriek tot een (voorlopig) einde. De afgelopen maanden spraken we tien heel verschillende mensen die een rol spelen in het voeden van de stad: van boer tot bankier. Met als gevolg tien heel verschillende, persoonlijke verhalen. Maar wat moeten we daar nu uit meenemen? Wat is er mis met het huidige systeem en kan een nieuw systeem dat meer gericht is op het leggen van lokale verbanden daar verandering in brengen?

Wie zich een tijd verdiept in het systeem dat nodig is om een stad als Amsterdam te voeden, kan niet anders dan zich verbluffen over de enorme omvang ervan. Het begint bij supermarkten en winkels, maar volg je het spoor van voedsel terug naar de bron dan ontmoet je distributiecentra, een immense transportsector, infrastructuur, mainports, de economie, werkgelegenheid, sociale structuren … het is allesomvattend. 

De hongerige stad drukt een flinke stempel op het ommeland. Dat is al eeuwen zo. Neem de Beemster, waar we op bezoek gingen bij melk- en vleesveehouder Guus Waal. Dat moerassige gebied werd in de zeventiende eeuw drooggemalen om plaats te maken voor landbouwgebied om de groeiende bevolking van Amsterdam te kunnen voeden. Het land bestaat alleen maar omdat er in de stad gegeten moest worden. 

Uitzicht over de eeuwenoude polders van de Beemster.

Hoe sterk de vormende kracht is van de stedelijke behoefte aan voedsel, maakt tegelijk duidelijk hoe groot de uitdaging is waar het Amsterdamse voedselsysteem iedere dag voor staat. Alleen al de 840.000 mensen die in de stad zelf wonen van voedsel voorzien is een onwaarschijnlijke onderneming. In de ‘metropool Amsterdam’ - the greater Amsterdam area - zijn dat er al bijna 2,5 miljoen. En tel daar ook nog de miljoenen toeristen en pendelaars bij op. Het is niets minder dan een wonder dat het elke dag weer lukt.

En het lukt niet alleen: in Nederland (en dus ook Amsterdam) slaagt het systeem glansrijk. In 2014 bracht Oxfam Novib de Good Enough to Eat Index uit.  Een lijst waarop landen werden gerangschikt op de beschikbaarheid, betaalbaarheid, kwaliteit en het dieet van de inwoners. Nederland stond op de eerste plaats. Tsjaad was laatste. 

Al met al vind je in Amsterdam waarschijnlijk de grootste diversiteit in voedselaanbod - beschikbaar, goedkoop, kwalitatief goed - van Nederland, het beste voedselland van de wereld.

Dus wat is het probleem?

Het probleem is dat het huidige systeem op termijn niet houdbaar is. Het huidige systeem is sterk afhankelijk van aardolie, kunstmest en pesticiden. Die raken op of zijn schadelijk voor de aarde. Bovendien gebruikt de moderne landbouw wereldwijd steeds meer grond. En vergeet de kleine 800 miljoen hongerigen op de wereld niet (in Tsjaad bijvoorbeeld). Die problemen zijn al op redelijk korte termijn onhoudbaar.

Aardappelboer Arwin Bos op een van zijn velden, dat voor de winter met bladrammenas is ingezaaid.

Een probleem dat daar nog bijkomt, is de culturele breuk. Met het gemak van de altijd gevulde supermarkt is eveneens het zielloze consumentisme opgekomen. Steeds meer mensen voelen zich niet op hun gemak met massa-geproduceerd voedsel.

Dat lijkt een ‘zacht’ probleem: een probleem van de ervaring. Iets waar we wellicht overheen moeten stappen; we hebben immers genoeg en dat is een groot goed. Wat maakt het uit waar het vandaan komt?

Maar ontkoppeling tussen producent en eindgebruiker heeft een grotere impact dan je misschien denkt. De breuk maakt het voor beide partijen moeilijk om rekenschap af te leggen. Het gebrek aan transparantie zorgt ervoor dat de moderne, welwillende consument vertwijfeld in de gangpaden van de supermarkt probeert te kiezen uit de beste keurmerken. De producent die geen concessies aan een productieproces dat goed is voor mens, dier en milieu wil doen, wordt er ondertussen uit geconcurreerd omdat die principes kostbaar zijn. En kostprijs is alles op de wereldmarkt.

En het is hier dat een lokaal systeem potentieel oplossingen biedt: als de producent zijn consument kent, kan hij voldoen aan diens wensen. Omgekeerd kan de consument de producent belonen voor het goed behandelen van het land en het milieu. In een lokaal systeem hebben beide een gedeeld belang. Dat is de kracht ervan.

Dat is de theorie. Waarom gebeurt het zo weinig? 

Omdat het gewoon heel moeilijk is om te concurreren met een wereldmarkt die altijd goedkoper is. Je moet iets extra’s doen en het zo organiseren dat je daar geld mee kunt verdienen, zo leerde aardappelboer Arwin Bos ons. Door zich te specialiseren in speciale aardappelrassen, biedt hij de grote aantallen potentiële consumenten die vlakbij in de stad wonen iets extra’s. Maar makkelijk is deze weg allerminst. Het vergt een sterke visie en de drang om te ondernemen.

Op bezoek bij Guus Waal leerden we bovendien dat het lokale systeem nog maar recent verdwenen is. Toen zij in 1952 in Middenbeemster begon, was het lokale systeem alles wat er was. In de spanne van enkele decennia verdween dat eeuwenoude systeem om plaats te maken voor een globaal systeem. Dat maakt twee dingen duidelijk: ten eerste dat het toenmalige lokale systeem op veel vlakken tekort schoot. Zoals bakker Karel Goudsblom het verwoordde: ‘we kunnen er wel op schelden, maar [het systeem van internationale handel en] supermarkten hebben heel veel rijkdom voor ons allemaal gecreëerd.”

Karel Goudsblom in zijn bakkerij in Zwanenburg

Het tweede wat duidelijk wordt is dat wij het systeem ook weer zelf kunnen hervormen. Zeker als we, dankzij de intensivering van de landbouw, globalisering en handel, bovenaan de Good Enough to Eat Index staan is het onze verantwoordelijkheid om het voedselsysteem van de eenentwintigste eeuw in te richten. Wij bepalen wat het is en wat het niet is. Als we een meer lokaal voedselsysteem willen, dan kunnen we dat creëren. Het oude lokale systeem zit  nu nog vers in ons geheugen..

Bottleneck

Een ander groot obstakel is eigenlijk heel praktisch van aard: onze infrastructuur is ingericht op bulk. Aardappelboer Arwin Bos verwoordde het zo: ‘transport is gewoon tè goedkoop’. Iets waar de Den Heldserse groothandelaar Mike Venekamp zich ook aan stoorde toen hij opmerkte dat aardappels uit de Kop van Noord-Holland eerst per truck naar een Zeeuwse haven werden vervoerd, om van daaruit per schip weer langs dezelfde Kop van Noord-Holland naar Scandinavië te varen. ‘Waarom niet vanuit de haven van Den Helder?’, vroeg Mike zich af.


Mike Venekamp in de deuropening van zijn kantoor

Henk den Hartog en zijn vrouw Wilma (en de hond)

 

De infrastructuur die nodig is om het lokale systeem te onderhouden is de afgelopen decennia stukje bij beetje afgebroken om plaats te maken voor een industrieel systeem. Dat maakt het voor een melkveehouder als Henk den Hartog lastig om zijn eigen product onderscheidend te verkopen. Henks melk wordt in de melkfabriek immers vermengd met melk van andere boeren. Dat is iets waar een radicaal nieuwe zuivelcoöperatie, onder de naam MELC, verandering in moet gaan brengen. Maar het is ingewikkeld. Want het opbouwen van de benodigde infrastructuur is kostbaar. MELC is helaas tot nader order uitgesteld. 

Hoe nu verder

‘Het systeem veranderen gaat in stapjes’, vertelde Thijs van Banning, een van de ondernemers van de Landmarkt ons. De Landmarkt koopt zoveel mogelijk lokaal in, maar biedt ook de klassieke A-merken die zo kenmerkend zijn voor de globale markt. Op die manier kan de consument die zo gewend is om op zijn wenken bediend te worden rustig weer opnieuw kennis maken met de voedselproducenten rond de stad.

Thijs van Banning voor de Landmarktvestiging in Schellingwoude

Heel interessant zijn ook ondernemers zoals Justus de Nijs en Dion Eggen die met hun Amsterdamse hamburgerketen De Burgermeester naar eigen zeggen ‘Keuringsdienst van Waarde-tje spelen’ op zoek naar de beste ingrediënten voor hun burgers. Dat doen ze in de eerste plaats omdat ze kritisch zijn: ze willen gewoon de beste ingrediënten op hun burgers. En hoe goed of slecht een product is, hoe het gemaakt wordt, kan je nu eenmaal een stuk makkelijker controleren als je er even naar toe rijdt. 

De kaart van Amsterdam die op het kantoor van de Burgermeester hangt. 

Dat is dan ook meteen een van de meest praktische tips die overblijven na de rondrit: kies je eten met aandacht. Wie dat doet, gaat automatisch op zoek naar de beste ingrediënten. En wie dat doet, wordt naar lokale producenten geleid. Rond Amsterdam en in Noord-Holland zijn honderden mensen bezig op verantwoorde wijze goed voedsel te maken. 

De andere conclusie geldt voor bedrijven en overheden en hoorden we in de allereerste stop van onze rondreis al: “put your money where your mouth is”, zei aardappelboer Arwin Bos toen. Hoe groter je armslag is, hoe groter je verantwoordelijkheid. Als er dagelijks (een paar) honderd mensen in de bedrijfskantine eten, kan je echt het verschil maken voor een producent die het anders wil doen (en het is ook nog eens leuk en lekker, wat de sfeer op kantoor zeker ten goede komt). 

In Arwins tip zien we meteen ook weer de lastigheid. Want we moeten toegeven: het is een boel gedoe als je het vergelijkt met online bestellen op de site van een supermarkt. En dat is de laatste, meest veelomvattende conclusie aan een rondreis langs het hoofdstedelijke voedselsysteem: grote partijen moeten gaan bijdragen aan een transitie richting meer lokale integratie. Daarbij horen ook zeker banken, concludeerde bestuursvoorzitter Alphons Kurstjens van Rabobank Amsterdam aan het einde van deze serie.

In Kurstjens woorden: ‘vooruit naar vroeger’. 

Janno Lanjouw
Bekijk dit profiel
Maartje Strijbis
Bekijk dit profiel
Deel dit artikel:
SCHRIJF JE IN VOOR DE NIEUWSBRIEF
en word lid van Amsterdam &Co.
ZELF EEN REACTIE PLAATSEN?

Oeps! Je bent niet ingelogd.

Maak eenvoudig en snel een account aan en krijg toegang tot alle exclusieve functies en verhalen op Amsterdam &Co.
Het maken van een account is gratis!

Scherm sluiten

Je wachtwoord vergeten?

Geen probleem! Vul onderstaand formulier in en
je ontvangt direct een e-mail met daarin je wachtwoord.